Home / Nieuwe berichten / Kolonie weer meer geliefd onder aalscholvers

Kolonie weer meer geliefd onder aalscholvers

Het aantal aalscholvers in de kolonie bij Wanneperveen zit weer in de lift. Na jaren van gestage teruggang telde Natuurmonumenten in 2017 meer broedparen dan een jaar daarvoor. En ook 2018 lijkt een goed jaar te worden. Deelnemers aan excursies naar de kolonie zagen zaterdag in ieder geval veel aalscholvers.

Een van de begeleiders is Wolter Engelsman die al veertig jaar dit soort excursies leidt. Hij weet nog dat er ooit meer dan duizend broedparen in de kolonie zaten. Een laatste topjaar was 2012 met meer dan zevenhonderd exemplaren. Daarna waren er jaarlijks minder aalscholvers. Vorig jaar waren er ruim vierhonderd en gezien het beeld van zaterdag lijkt de positieve lijn zich door te zetten.

Het lenteachtige weer van zaterdag draagt bij aan het fascinerende karakter van de kolonie. “De veren glanzen in de zon, alsof ze onder de olie zitten”, vindt Engelsman, die de indruk heeft dat de eerste aalscholvers al aan het broeden zijn. “Die daar zit in ieder geval heel diep op zijn nest”, wijst de gids. De strenge vorst van vorige week heeft daarop volgens hem geen invloed. “Kou deert ze niet, maar ze kunnen wel moeilijker aan voedsel komen. Aalscholvers zijn echte viseters.”

Engelsman heeft de kolonie in de loop der jaren niet echt zien veranderen. Hooguit zitten de aalscholvers wat verder weg van de vogelkijkhut. Kwestie van een natuurlijk proces. “Door de poep van de aalscholvers sterven bomen af. Daarna kiezen ze andere bomen uit”, vertelt Engelsman. Voor het bos is dat proces geen probleem. Nieuwe bomen blijven uit de grond schieten. Wat uiteindelijk betekent dat de aalscholvers ook weer dichter bij de hut gaan nestelen.

Hoeveel broedparen er dit jaar daadwerkelijk in de aalscholverskolonie zijn, moet uit een telling in het voorjaar blijken. De eerste jongen zijn intussen al gehoord.

Bekijk ook

Monitoren in het ‘beste libellengebied’ van Nederland

Nationaal Park Weerribben-Wieden is het beste ‘libellengebied’ van Nederland. Dat zegt Evert Ruiter die voor Natuurmonumenten dagvlinders, libellen en sprinkhanen monitort in De Wieden. “80 procent van alle Nederlandse soorten komt hier voor, waaronder hele bijzondere. Zowel in aantallen als soorten is dit een uniek gebied”, aldus de Zwolse eigenaar van onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten. Elk jaar onderzoekt Ruiter met een groep vrijwilligers een zesde deel van De Wieden. Na zes jaar is voor deze zogenoemde SNL-monitoring het hele gebied onder de loep genomen. Dit jaar is de regio Dwarsgracht aan de beurt. “Opvallend tot nu toe is de enorme toename van de libellensoort sierlijke witsnuitlibel. Nog niet zo la

Kop in Beweging

Kop in Beweging

mob-menu